Bezig met laden...

          X

          Transitievergoeding ook bij opzegging werknemer?

          Deel I meest gestelde vragen

          transitievergoeding, compensatie, werknemer, ontslag, vergoeding
           
          Als een werkgever de arbeidsovereenkomst van een medewerker na een dienstverband van minimaal twee jaar wil beëindigen, dan is hem of haar een transitievergoeding verschuldigd. Wat houdt deze (transitie)vergoeding precies in? Welke kosten kunt u aftrekken? Hoe gaat de compensatieregeling eruit zien en wat verandert er per 1 januari 2020? Deel I van een drieluik met antwoorden op de belangrijkste vragen over de transitievergoeding.

          In de Wet werk en zekerheid (Wwz) is de transitievergoeding geïntroduceerd: een financiële vergoeding voor de werknemer wanneer de werkgever het initiatief neemt om het dienstverband te beëindigen of niet te verlengen. Deze vergoeding moet de werkgever betalen als het dienstverband twee jaar of langer heeft geduurd.

          De transitievergoeding heeft per 1 juli 2015 de ontslagvergoeding van de kantonrechter vervangen en valt in veel gevallen een stuk lager uit dan de vroegere 'kantonrechtersformule'. 
          De werknemer kan de transitievergoeding gebruiken om de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken, door het bedrag in te zetten voor scholing of te gebruiken voor begeleiding naar ander werk. Hij of zij is echter niet verplicht de (volledige) vergoeding hiervoor in te zetten. Een tweede doel van de transitievergoeding is het bieden van een financiële compensatie voor het baanverlies.

          Verplichting
          Werkgevers zijn verplicht een transitievergoeding te betalen aan een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst eindigt, na een dienstverband van ten minste 24 maanden. De transitievergoeding is verschuldigd als de arbeidsovereenkomst:
          • eindigt na opzegging (met een ontslagvergunning van UWV) door de werkgever;
          • eindigt na ontbinding door de kantonrechter op verzoek van de werkgever;
          • na een einde van rechtswege (automatisch) op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet;
          • eindigt door opzegging, ontbinding of niet voortzetten op initiatief van de werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalatigheid van de werkgever.
          Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden hoeft de werkgever geen transitievergoeding te betalen. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd.

          Niet altijd verschuldigd
          In de volgende situaties is geen transitievergoeding aan de werknemer verschuldigd:
          • als het contract met wederzijds goedvinden wordt beëindigd
          • als de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst opzegt
          • als de werknemer korter dan twee jaar in dienst is geweest
          • als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer
          • als de werknemer jonger dan 18 jaar is en maximaal twaalf uur per week werkt
          • als de werknemer de AOW-leeftijd bereikt
          • bij faillissement, surseance van betaling of als de werkgever in de schuldsanering zit
          • als in een cao een gelijkwaardige voorziening voor een transitievergoeding is opgenomen
          • als de werknemer wordt aangeboden het tijdelijke contract met minimaal gelijkwaardige voorwaarden te verlengen
          • als de werknemer vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst een volgende tijdelijke arbeidsovereenkomst is aangegaan met de werkgever, die binnen zes maanden ingaat na het eindigen van de vorige arbeidsovereenkomst (en tussentijds kan worden opgezegd)
          • als er sprake is van collectieve afspraken over transitievergoedingen.
          Uitbetalingsmoment
          De werkgever moet de transitievergoeding bij het einde van het dienstverband uitbetalen, tegelijk met de betaling van niet-genoten vakantiedagen, vakantiegeld en dergelijke. Dat moet binnen een maand na het einde van het dienstverband gebeuren. Loopt een arbeidsovereenkomst bijvoorbeeld op 1 september 2019 af, dan moet de transitievergoeding dus voor 1 oktober 2019 zijn betaald . Eventueel kan (schriftelijk) met de werknemer worden overeengekomen dat de transitievergoeding in termijnen wordt betaald. Over de transitievergoeding moeten loonheffingen inhouden en afdragenaan de Belastingdienst. 

          In deel II: de hoogte van de transitievergoeding
          In deel III: andere ontslagvergoedingen, toekomst van de transitievergoeding


          Redactie TQL 

          Illus.(cc): falar

          Ebooks


          Gratis toegang


          Heeft u al een account? Log dan hier in.

          Inloggen in "Mijn TQL"




          Heeft u nog geen account? Klik hier om een account aan te maken


           

          Nieuwsbrief Artikelen



          Op de hoogte blijven van de nieuwste onderwerpen en update's van TQL?
          Schrijf u dan hier in voor de nieuwsbrief. 
          Eerder verschenen artikelen vindt u onder Nieuws
          Op zoek naar een passende opleiding?
          Kies uit ruim 25.000 opleidingen, trainingen en cursussen.  

          TQL Tweets